Blogs

DE TUSSENDOORTJES

” En nee… daarmee bedoel ik geen eten”.

First of all… ik ben zoals ik het zelf noem een PERFECTIONISTISCHE CHAOOT.

Neem nou bijvoorbeeld mijn computer. Hij staat helemaal vol, maar als je erin duikt zul je alleen maar gesorteerde mapjes aantreffen. Mapje ‘kinderen’, mapje ‘moas’, mapje ‘familie’ etc.

In het gewone leven heb ik heel veel spullen en kleding. Naar mijn weten super goed georganiseerd en geordend. Het kan zijn dat een ander daar trouwens heel anders over denkt, maar ik weet van alles precies waar het ligt.

Behalve dan bijvoorbeeld mijn autosleutels. Dikke kans dat ik die ‘geordend’ heb in de koelkast.

Ik hoor je denken… Koelkast?

Door alle dingen die ik nog even snel wil doen, de zogenaamde ‘tussendoortjes’.

Voor sommigen zal het volgende scenario ongetwijfeld bekend voorkomen, dus even een voorbeeld van de tussendoortjes;

Ik sta in mijn huis bij de voordeur. Ik zie dat er een krant door is gegooid, die heel erg thuis hoort in de blauwe container. Mijn voornemen is dan ook om van de voordeur naar de blauwe container te komen. (ik woon in een droomhuis, maar ook droomhuizen zijn soms wat vreemd ingedeeld). In werkelijkheid, duurt de rit van de voordeur naar het oud papier een paar seconden, maar in een perfect chaotische wereld, is dit een heel ander verhaal en heb ik tussendoor 1000 ongeplande andere dingen gedaan.

In mijn weg van de voordeur naar het oud papier bedenk ik me dat ik nodig plassen moet, “shit! Closet op”. Ik hou mijn plas nog wel even op, ik wil een nieuwe rol pakken en zie dat onze hond z’n water op is. Gelijk maar even bijvullen (anders heb ik geen rust), oh de wasmachine is ook klaar, gelijk maar even ophangen want als ik het vergeet ruikt het niet meer lekker.

Na ondertussen het halve huis doorgewerkt te hebben met ‘tussendoortjes’, ben ik onderhand al een kwartier bezig met die krant, die ik aanvankelijk in de blauwe container zou gooien. Die krant die nu waarschijnlijk ergens onder mijn arm ofzo verstopt zit. Die krant, die inmiddels al veel pitstops heeft gehad en nu op het meest onlogische plekje terug te vinden is. Die krant waarvan ik later denk “huh? Hoe is die hier nou belandt?” en vanaf dat punt de reis naar de blauwe container overnieuw begint.

Mijn kinderen hebben de gave om deze ‘tussendoortjes’ nog niet te zien.

Alhoewel…

als ik de oudste delegeer om haar kamer op te ruimen, begint ze niet met de meest zichtbare rommel dat bezaaid ligt over de grond(variërend van inhoud prullenbak, eetbaar en niet meer eetbaar en daartussen de SCHONE was), maar begint ze haar oorbellen uitgebreid te sorteren.

>>> over schone was gesproken, dat is ook nog een dingetje waar ik het zo over ga hebben (dit is even een ‘tussendoortje’ dat ik uitstel)

Ja mijn oudste… op dat gebied herken ik dus echt mezelf. Dingen sorteren en opruimen, terwijl dat al in laadjes zit. Uit het zicht zullen we maar zeggen. Die dingen, wanneer je eraan begint, later denkt “grrrr, waar ben ik aan begonnen” en het resultaat is vaak erger dan toen je eraan begon.

Ook zie ik kans om achter de luiken te beginnen, lekker sorteren en ordenen, want ja ik kwam ‘tussendoor’ spullen tegen die achter de luiken moesten.

Vroeger (toen ik nog bij m’n va en moe woonde) had ik een womancave. Iedereen die daar is geweest, kan beamen dat het alles behalve netjes was. Het was min of meer een huisje in 1 kamertje gepropt. TV, vaste telefoon, bed, logeerbed, kledingwinkel voor m’n moas, asbak en een afgedankte make up standaard van een schoonheidsspecialiste die ik helemaal de bomb vond met 20 soorten lippenstiften etc.

Ik dwaal geloof ik af.

Maar met de gave van het ‘niet zien’, doel ik vooral op het voor iedereen welbekende, over spullen die op de trap of voor de deur liggen, heenstappen. Alsof ze het expres doen.

Maar dat is niet zo. Ze zien het dus echt niet. In de puber voert deze eigenschap het hoogtij.

Al zou ik nou de trap barricaderen, met onder andere hun eigen spullen, dan nog stappen ze erover heen, zonder enige herkenning dat ze hun eigen spullen mee moeten nemen naar boven. Die spullen die ze naar eigen zeggen al een tijdje kwijt zijn en als ze het dan na 80.000 hints een keer opgemerkt hebben, poeren ze alleen hun eigen spul ertussen uit en nemen ze het mee.

Nu staan er onderaan de trap 2 bakken. Voor ieder 1. Als de bak vol is, moet ie mee naar boven. Eenmaal boven, zoeken ze het zelf maar uit.

Ook ik begin het te leren om over dingen heen te stappen.

Bepaalde ‘niet zien’ eigenschappen kom je trouwens nooit meer van af, want mijn socio (de man van mijn leven) kan aan mij vragen waar iets ligt. Naar mijn idee geef ik dan al een zeer gedetailleerde uitleg (omdat ik inmiddels weet wat er komt). Voordat hij überhaupt op bestemming aankomt, hoor ik al “ik zie het niet”. Dan zucht ik en zeg ik “wedden, dat ik het gelijk heb?” Het volgende dat ik dan hoor is: “oh ja ik zie het al” of “ik zie het echt niet hoor”, waarbij ik het vervolgens gewoon voor z’n neus wegpak, alleen dan 1 cm méér naar rechts dan ik uitlegde.  Zijn visie hierop is dat ik dingen niet opruim, maar verstop. (gevoelig puntje hierin is een elandmuts die ik heel goed had opgeruimd, namelijk grijze container hahaha)

Dochter 2 kan dit ook erg goed. Dat ‘niet zien’ gen heeft ze dus geërfd. Zal nog leuk worden straks in de puber, wanneer dit gen nog extra aangesterkt wordt. Oh Joy!

En dan zou ik nog terugkomen op het ‘schone was verhaal’ hierboven genoemd.

Laat dat maar even hangen anders, aangezien ik de hele tijd nog steeds nodig moet plassen, maar vergat door alle ‘tussendoortjes’.

Helene Post

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *